Planten & Kweken

Nu is het moment om pompoenen te kweken in je tuin

· 6 min leestijd

Juni is wat tuinieren betreft een ideaal moment om pompoenen buiten te planten. De kans op nachtvorst is voorbij, de grond is warm genoeg, en je hebt net genoeg groeiseizoen over om voor het einde van september een mooie, zware oogst te halen. Toch denken veel tuiniers dat pompoenen ingewikkeld zijn of te veel ruimte vragen. Dat eerste klopt niet; dat tweede hangt af van je keuze.

Welke pompoensoorten passen in een Nederlandse tuin

Niet elke pompoen gedraagt zich hetzelfde. De drie meest geteelde soorten in Nederland zijn Hokkaido, Butternut en de klassieke Halloween-pompoen, maar ze vragen elk een andere aanpak.

Hokkaido (ook wel Red Kuri of Uchiki Kuri) is de favoriet van Nederlandse moestuiniers. De vrucht weegt 1 tot 2 kilo, heeft een oranje-rode schil en een nootachtige smaak. Het gewas groeit compact, wat hem geschikt maakt voor tuinen met weinig ruimte. Oogsten doe je in september.

Butternut heeft zoet, oranje vruchtvlees en rijpt uitstekend in ons klimaat. De ranken worden wel 2 meter lang, dus reken op meer ruimte. Bij een normaal Nederlands zomerjaar is de kans op een goede oogst groot.

De grote Halloween-pompoenen (Cucurbita maxima) zijn indrukwekkend, maar vragen de meeste tijd en ruimte. Ze rijpen pas goed bij een warme, lange zomer. Wil je decoratieve pompoenen zonder risico, dan zijn de kleinere siersoorten een slimmere keuze.

In juni zaaien kan nog steeds

Begin juni is de laatste kans om pompoenen direct buiten te zaaien. Druk twee zaadjes per plek 2 centimeter diep in de aarde en verwijder de zwakste zaailing zodra ze ontkiemd zijn. Kies een zonnige, windluwe plek in de tuin.

Ben je later en zie je jonge pompoenplantjes bij het tuincentrum staan, pak die dan. Tot in juni verkopen kwekers kleine exemplaren die je direct buiten kunt zetten. Dat scheelt je zes tot acht weken groeiseizoen, wat in Nederland best handig is. Volgens Groei & Bloei is juni ook het moment om extra aandacht te geven aan slakkenbestrijding rond jonge pompoenplantjes, want die zijn daar gevoelig voor.

Komkommers en courgettes zijn trouwens familie van de pompoen. Als je al ervaring hebt met komkommers kweken, valt de stap naar pompoenen makkelijk te zetten.

De beste standplaats en bodem

Pompoenen groeien het best op een plek met minstens zes uur direct zonlicht per dag. Ze houden van warme, voedselrijke grond met een goede waterafvoer. Verwerk een flinke laag compost of rijpe stalmest door de grond voordat je plant. Houd rekening met de ruimte die de ranken innemen: Hokkaido-planten hebben per stuk zo'n 1 tot 1,5 vierkante meter nodig, Butternut makkelijk het dubbele. Je kunt de ranken ook langs een hek of schutting leiden als de ruimte krap is.

Goed water geven en bijmesten

Pompoenen zijn forse eters en drinkers. Geef ze tweemaal per week een flinke watergift, altijd direct aan de voet van de plant. Nooit over het blad, want dat bevordert schimmelziekten. Bij droogte reageren de bladeren snel: ze hangen slap, maar knappen na watergeven meteen weer op.

Bemest elke drie weken met een organische tuinmest of een schep compost rond de stam. Ken je al courgettes kweken, dan herken je dit ritme: ook courgettes zijn hongerige groeiers die vergelijkbare verzorging vragen.

Bestuiving en vruchtzetting

Pompoenen hebben mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant. De eerste bloemen die verschijnen zijn bijna altijd mannelijk en hebben geen pompoenknopje aan de basis. Pas als de vrouwelijke bloemen openkomen, begint de echte vruchtzetting. Bijen zorgen normaal voor de bestuiving, maar bij koel of regenachtig weer kun je zelf met een kwastje de bloemen bestuiven.

Zodra er meerdere kleine pompoentjes aanzetten, haal je de kleinste weg zodat er maximaal twee of drie per plant overblijven. Zo concentreert de plant al zijn energie in een paar grote, goed rijpende vruchten.

Van oogst tot voorraadkast

De meeste pompoenrassen zijn klaar voor de oogst tussen half september en half oktober. Je herkent rijpheid aan de volle kleur, de houterige steel en het harde vel. Druk je nagel in de schil: als die er niet inprikt, is de pompoen rijp.

Snijd de pompoen af met minstens vijf centimeter steel eraan. Leg ze daarna twee weken op een warme, droge plek zodat de schil kan harden, een proces dat curing heet. Door dat harden bewaart een Hokkaido of Butternut maandenlang, soms tot ver in het voorjaar. De moeite van het kweken loont dus lang na de oogst nog. En als je eenmaal de smaak van zelfgekweekte groenten te pakken hebt, begrijp je meteen waarom eigen voedsel kweken zo verslavend is.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin redacteur

Pepijn is hovenier en plantenliefhebber die met zijn handen in de aarde gelukkiger is dan achter een bureau. Hij schrijft over tuinieren met de geduld van iemand die weet dat natuur zijn eigen tempo heeft en dat je een pioenroos niet sneller laat bloeien door ertegen te praten, hoewel hij het wel heeft geprobeerd. Zijn seizoenstips zijn betrouwbaar, zijn plantenkennis is encyclopedisch en zijn eigen tuin is een gecontroleerde chaos die hij "natuurlijk design" noemt. Pepijn begon als kind met het kweken van tuinkers op watten en wist toen al dat kantoorwerk niets voor hem zou zijn. Hij gelooft dat iedere tuin, hoe klein ook, het potentieel heeft om je gelukkiger te maken — zelfs een balkonbak met kruiden telt.