Planten & Kweken

De 5 makkelijkste kruiden om zelf te kweken

· 6 min leestijd

Verse kruiden direct van je eigen plant pakken is een van de kleine genoegens van tuinieren. Je weet precies wat je gebruikt, de smaak verschilt hemelsbreed van wat in plastic bakjes in de supermarkt staat, en het is nog goedkoop ook. Gelukkig hoef je geen doorgewinterde tuinier te zijn om te beginnen: vijf kruiden zijn zelfs voor absolute beginners goed bij te houden, en de eerste oogst is al na een paar weken.

Bieslook - het meest vergevingsgezinde kruid

Bieslook is waarschijnlijk het makkelijkste kruid dat je kunt kweken. De plant groeit terug zodra je hem afknipt, overleeft lichte vorst zonder moeite en vraagt weinig aandacht. Je kunt bieslook zaaien in een pot van 15 centimeter diep of direct in de grond planten. Een zonnige tot halfschaduwige plek werkt prima.

Knip de stengels nooit te kort af - laat minstens 5 centimeter staan zodat de plant snel teruggroeit. Na een paar weken kun je alweer oogsten. Bieslook bevriest ook uitstekend: snij het in ringetjes en stop het in een zakje in de vriezer voor gebruik in de wintermaanden. Zo profiteer je het hele jaar van je zomeroogst.

Munt - razendsnelle groei, maar let op de uitlopers

Munt groeit zo snel dat je hem beter in een pot houdt. Plant je hem gewoon in de grond, dan neemt hij binnen een seizoen je hele border over via ondergrondse uitlopers. Een grote pot van minstens 20 centimeter diepte is de beste keuze.

Kies bewust welke variant je wilt: spearmunt, appelmunt en pepermunt zijn de populairste. Spearmunt heeft een frisse, licht zoete smaak en groeit het makkelijkst. Geef de plant regelmatig water - munt houdt van vochtige grond - en zet hem op een lichte plek. Snoeien stimuleert de groei: hoe meer je plukt, hoe voller de plant wordt.

Peterselie - geduld loont

Peterselie staat bekend om zijn trage kieming. Reken op twee tot vier weken voordat je iets boven de grond ziet. Sommige tuiniers weken de zaadjes 24 uur in lauw water voor het zaaien om de kieming een beetje te versnellen. Daarna gaat het gelukkig snel.

Platte peterselie - ook wel Italiaanse peterselie - heeft meer smaak dan de gekrulde variant en is makkelijker te kweken. Hij houdt van een lichte plek zonder felle middagzon en wil regelmatig water, maar geen natte voeten. Als je peterselie door laat bloeien en zaad laat vallen, zaait hij zichzelf opnieuw uit. Gratis planten voor volgend jaar dus.

Basilicum - zonneminnaar die warmte wil

Basilicum groeit het beste op een warme, zonnige plek met minstens 6 uur zonlicht per dag. Buiten kan hij pas echt opbloeien als de nachten niet meer onder de 12 graden dalen, dus begin juni is een goed moment om hem naar buiten te zetten.

De meest gemaakte fout met basilicum? Te veel water geven. De wortels mogen niet in water staan - geef kleine beetjes water aan de voet van de plant, nooit over de bladeren. Knip bloemen direct af zodra ze verschijnen: een bloeiende basilicum verliest snel zijn smaak. Snij ook nooit meer dan een derde van de plant tegelijk af, dan houdt hij het langst vol.

Als je naast kruiden ook groenten kweekt, dan passen ze goed als buren. Neem een kijkje bij onze tips over komkommers kweken in de zomer of over het kweken van courgettes in eigen tuin. Basilicum en tomaten zijn trouwens klassieke tuinburen die elkaar goed doen.

Rozemarijn en tijm - mediterraan en vrijwel onderhoudsloos

Rozemarijn en tijm zijn de meest onverzettelijke kruiden van deze vijf. Ze komen uit het droge Middellandse Zeegebied en hebben daardoor weinig water nodig. Zelfs als je een week vergeet te gieten, maken ze dat zonder problemen mee.

Beide kruiden houden van doorlatende grond. Voeg wat extra zand of grit toe als je een zwaardere kleigrond hebt, zodat de wortels niet verzuren. Rozemarijn kan flink groot worden - zeker 80 centimeter hoog - dus geef hem voldoende ruimte. Tijm blijft compact en is ook decoratief: in de zomer verschijnen kleine paarse bloempjes die bijen en vlinders aantrekken. Als buurplant naast je groentebed werkt tijm ook als natuurlijke bestuiverlokker.

Pot of volle grond

De meeste kruiden groeien prima in een pot, zolang de pot afwateringsgaten heeft. Gebruik speciale kruidengrond of meng gewone potgrond met een beetje zand. Plastic potten houden vocht langer vast dan terracotta, handig als je snel vergeet te gieten.

In de volle grond groeien rozemarijn, tijm en peterselie het hardst. Basilicum houdt meer van de warmte in een pot dan van de koele bodem. Munt hoort sowieso in een pot, anders neemt hij de tuin over. Bieslook doet het overal goed en past ook klein in een bakje op het aanrecht.

Al jaren fascineert het me hoe belonend het eigen voedsel kweken is - waarom het zo leuk en zinvol is lees je hier. Begin klein, maar begin gewoon.

Dit is wat je vandaag nog kunt doen

Juni is het perfecte moment om te starten. Ga naar een tuincentrum of bestel online een startpakketje: bieslook en munt koop je het makkelijkst als plantje, dat scheelt weken ten opzichte van zaaien. Peterselie en tijm vind je ook als plantje. Basilicum staat op elke supermarktplank.

Zet ze op de zonnigste plek die je hebt, zorg voor goede afwatering en knip regelmatig. Hoe meer je oogst, hoe meer de planten aangroeien. Over vier tot zes weken pak jij je eerste verse kruiden van eigen bodem - en daarna wil je nooit meer anders.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin redacteur

Pepijn is hovenier en plantenliefhebber die met zijn handen in de aarde gelukkiger is dan achter een bureau. Hij schrijft over tuinieren met de geduld van iemand die weet dat natuur zijn eigen tempo heeft en dat je een pioenroos niet sneller laat bloeien door ertegen te praten, hoewel hij het wel heeft geprobeerd. Zijn seizoenstips zijn betrouwbaar, zijn plantenkennis is encyclopedisch en zijn eigen tuin is een gecontroleerde chaos die hij "natuurlijk design" noemt. Pepijn begon als kind met het kweken van tuinkers op watten en wist toen al dat kantoorwerk niets voor hem zou zijn. Hij gelooft dat iedere tuin, hoe klein ook, het potentieel heeft om je gelukkiger te maken — zelfs een balkonbak met kruiden telt.