Planten & Kweken

Courgettes kweken in je tuin is makkelijker dan je denkt

· 7 min leestijd

Een courgettestruik in je tuin geeft zo veel voldoening dat je je afvraagt waarom je er niet eerder mee bent begonnen. Eén plant levert de hele zomer lang een stroom van courgettes op, soms zelfs sneller dan je ze kunt verwerken. En het kweken zelf? Dat valt reuze mee, ook als je twee linkerhanden hebt.

Wanneer zet je courgettes buiten?

Courgettes zijn gevoelig voor vorst. Dat betekent dat je ze pas buiten kunt zetten als de ijsheiligen voorbij zijn, wat normaal gesproken na 15 mei het geval is. Daarna is de kans op nachtvorst in de meeste delen van Nederland verwaarloosbaar klein.

Wil je eerder beginnen, dan zaai je de planten binnen op een warme, lichte plek. Begin daarmee in april, ongeveer vier weken voor je ze naar buiten wilt brengen. Gebruik losse, potvrije grond in een kweekpotje en houdt de grond licht vochtig. Na twee weken zie je de eerste blaadjes al verschijnen. Net zoals bij tomaten geldt ook hier: gehaast buiten zetten loont niet, wacht op stabiel warm weer.

Heb je geen zin in het binnenshuis voorzaaien? Geen probleem. Je kunt courgettes ook direct in de grond buiten zaaien zodra de bodem goed is opgewarmd, normaal gesproken eind mei of begin juni. Ze kiemen snel en halen die paar weken voorsprong in no time in.

De juiste plek in de tuin

Courgettes houden van zon. Geef ze een plek die dagelijks minimaal zes uur directe zon krijgt. In de halfschaduw groeien ze nog wel, maar de oogst valt dan beduidend mager uit.

Wat ook telt: ruimte. Eén courgettestruik kan makkelijk een meter breed worden. Plant je er meerdere, houd dan circa 90 centimeter tot een meter tussenruimte aan. Minder ruimte geven is vragen om luchtcirculatieproblemen en meeldauw.

De grond mag voedingsrijk en goed doorlatend zijn. Courgettes haten nat zittende wortels. Werk voor het planten wat rijpe compost of stalmest door de bodem, dat geeft ze een goede start. Een stevige laag mulch rondom de plant houdt vocht vast en remt onkruid.

Planten: zo doe je het

Grond goed los gemaakt? Dan is planten een klusje van vijf minuten. Maak een kuil die iets dieper is dan de kluit van je zaailing. Zet de plant erin, druk de grond rondom stevig aan en geef flink water. Dat is het.

Een paar tips voor de eerste weken:

  • Bescherm jonge planten tegen slakken. Ze vinden courgetteblad heerlijk. Een ring van kiezelgruis, koperstrip of schaapswol rondom de plant houdt ze op afstand.
  • Zet er de eerste week een kweekklok of een doorgesneden plastic fles over als de nachten nog koel zijn. Dat geeft ze een zachte overgang van binnen naar buiten.
  • Water geven doe je bij de voet van de plant, niet over de bladeren. Nat blad nodigt schimmelziekten uit.

Water geven en bijmesten

Courgettes zijn gulzige planten. Ze willen veel water, zeker tijdens warme periodes. Ga uit van twee keer per week flink doordrenken, liever dan elke dag een klein sopje. Diep water geven moedigt de wortels aan de grond in te groeien, waardoor de plant beter bestand is tegen droogte.

Bijmesten is niet strikt noodzakelijk als je de bodem goed hebt voorbereid, maar het helpt wel. Geef de plant eens in de twee weken een schep compost of een beetje organisch tuinmestkorrel. Vermijd stikstofrijke meststoffen in overdreven hoeveelheden: die maken van je plant een gigantenstruik met weinig vruchten.

Let ook op de vrouwelijke bloemen. Courgettes hebben aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant. De vrouwelijke bloem herken je aan het minuscule courgetje achter het bloemblad. Bijen regelen de bestuiving, maar als je weinig insecten in je tuin hebt, kun je zelf met een kwastje stuifmeel van een mannelijke naar een vrouwelijke bloem verplaatsen.

Plagen en problemen

Meeldauw is de meest voorkomende kwaal bij courgettes. Je herkent het aan witte, poederachtige vlekken op de bladeren. Het treedt vooral op bij vochtige nachten en droge dagen. Snoei aangetaste bladeren weg en geef de plant meer lucht. Preventief kun je de bladeren bespuiten met een verdunde oplossing van bakpoeder in water (1 theelepel op een liter water).

Slakken zijn, zoals gezegd, een gevaar voor jonge planten. Oudere planten kunnen er doorgaans wel tegen.

Een ander probleem dat je kunt tegenkomen: vruchten die al vroeg afvallen of rotten voordat ze goed en wel zijn begonnen. Dat wijst vrijwel altijd op slechte bestuiving. Bloemen bestuiven met een kwastje lost dit op.

Als je ook andere groenten kweekt, kijk dan ook eens naar ons artikel over bloemkool kweken in je eigen tuin, dat is een mooie aanvulling op je moestuin.

Oogsten: wanneer en hoe vaak?

Courgettes groeien razendsnel zodra de omstandigheden kloppen. Laat je ze hangen, dan worden het reuzenkalebassen die je liever niet eet. De smaak is het beste als je ze oogst op 15 tot 20 centimeter lengte. Op dat formaat zijn ze mals, smaakvol en niet waterig.

Oogst regelmatig, ook al heb je ze niet nodig. Hoe vaker je plukt, hoe meer nieuwe vruchten de plant aanmaakt. Een plant in volle productie kun je makkelijk twee tot drie keer per week oogsten. Dat levert per plant ruim 30 courgettes per seizoen op, soms nog meer.

Gebruik een scherp mes of tuinschaar en snijd de vrucht bij de steel af. Trek niet, want dat beschadigt de plant. Na het oogsten kun je ze in de koelkast bewaren, maar vers is altijd beter. Courgettes zijn veelzijdig in de keuken: grillen, roosteren, rauw raspen in salades, verwerken in soep of de inmiddels iconische courgette-pasta.

Wat maakt courgettes zo geschikt voor beginners?

Ze groeien snel, ze vergeven kleine fouten, en ze geven je bijna gegarandeerd een oogst. In tegenstelling tot bijvoorbeeld paprika's of aubergines hebben courgettes geen verwarmde kas nodig en zijn ze veel minder gevoelig voor klimaatschommelingen. Ze passen prima in een gewone tuin, maar ook in een grote pot op een zonnig terras of balkon, mits je voor voldoende water zorgt.

Begin met één of twee planten. Grote kans dat je dit seizoen zoveel courgettes oogst dat je je buren ermee blij kunt maken. En volgend jaar kom je terug voor meer.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin redacteur

Pepijn is hovenier en plantenliefhebber die met zijn handen in de aarde gelukkiger is dan achter een bureau. Hij schrijft over tuinieren met de geduld van iemand die weet dat natuur zijn eigen tempo heeft en dat je een pioenroos niet sneller laat bloeien door ertegen te praten, hoewel hij het wel heeft geprobeerd. Zijn seizoenstips zijn betrouwbaar, zijn plantenkennis is encyclopedisch en zijn eigen tuin is een gecontroleerde chaos die hij "natuurlijk design" noemt. Pepijn begon als kind met het kweken van tuinkers op watten en wist toen al dat kantoorwerk niets voor hem zou zijn. Hij gelooft dat iedere tuin, hoe klein ook, het potentieel heeft om je gelukkiger te maken — zelfs een balkonbak met kruiden telt.