Planten & Kweken

Tomaten buitenzetten doe je pas na de ijsheiligen

· 6 min leestijd

Je vensterbank staat vol met tomatenplantjes. De tuin lonkt. En toch raadt iedere ervaren tuinier je af om ze nu al buiten te zetten. Dat heeft alles te maken met een fenomeen dat al eeuwen in de tuinierstraditie staat gegrift: de ijsheiligen.

Wat zijn de ijsheiligen precies?

Tussen 11 en 15 mei vallen de naamsdagen van vijf heiligen die in de volkstraditie zijn verbonden met late nachtvorst: Mamertus (11 mei), Pancratius (12 mei), Servatius (13 mei), Bonifatius (14 mei) en Sophia op 15 mei - die laatste staat ook wel bekend als de "Koude Sophie". In grote delen van Centraal-Europa geldt deze periode al eeuwenlang als het moment waarop de laatste nachtvorsten de kop opsteken.

Dat klinkt als folklore, maar meteorologen geven het verschijnsel ook een wetenschappelijke verklaring. De warmer wordende aarde trekt in mei koude, droge lucht aan vanuit het noorden en noordoosten. In heldere nachten, zonder bewolking als isolatiedeken, kan de temperatuur dan flink zakken - zelfs nadat het overdag al vrij warm was. Meer achtergrond over dit fenomeen vind je op de Wikipedia-pagina over de ijsheiligen.

Waarom tomaten zo slecht tegen kou kunnen

Tomaten komen oorspronkelijk uit de Andes, streken met warme dagen en milde nachten. Ze zijn bijzonder gevoelig voor kou: al bij een paar graden boven nul stoppen ze met groeien. Echte vorst overleeft een tomatenplant vrijwel nooit. Zelfs een korte vorstperiode van een paar uur kan bladeren, stengels en de groeipunt van de vruchtjes onherstelbaar beschadigen.

Maar ook zonder vorst geldt: tomaten groeien niet in koude grond. De bodemtemperatuur moet minstens twaalf graden zijn voordat de wortels voedingsstoffen goed opnemen. Zet je ze te vroeg buiten, dan staan ze wekenlang stil en halen dat in de rest van het seizoen nauwelijks in.

De datum die elke tuinier in zijn hoofd heeft

Na 15 mei daalt de kans op nachtvorst in Nederland drastisch. Dat maakt de ijsheiligen tot een betrouwbare vuistregel: wacht tot 16 mei voordat je warmteminnende groenten definitief buiten zet. Naast tomaten geldt dat ook voor courgettes, paprika's, aubergines en komkommers. Ze zijn allemaal van tropische of subtropische afkomst en reageren allemaal slecht op koude nachten.

Houd er rekening mee dat dit een gemiddelde is. In koudere regio's - denk aan Limburg of de hogere Veluwe - of in jaren met een laat koudefront kan de datum verschuiven. Kijk altijd nog even naar de weersverwachting voor de nachten rondom 15 mei voordat je ze definitief verplaatst.

Hoe je de komende veertien dagen goed benut

Even wachten wil niet zeggen dat je niets doet. Dit is precies de tijd om je tomatenplantjes klaar te stomen voor het buitenleven. Zet ze overdag op een beschutte plek buiten - in de volle zon, uit de wind - en breng ze 's avonds weer naar binnen. Die geleidelijke aanpassing heet "afharden" en voorkomt dat de plant in groeistress schiet zodra ze definitief naar buiten gaan.

Begin met een uurtje per dag en bouw dat in de loop van een week op naar de hele dag. Na anderhalve week verdraagt de plant buitencondities probleemloos. Gebruik die wachttijd ook om de bodem voor te bereiden: tomaten zijn veeleisend en halen veel voedingsstoffen uit de grond. Graaf de plek goed om en werk rijpe compost of gedroogde koemest door de bovenste twintig centimeter. Wil je weten hoe je ze daarna het beste water geeft? Lees dan ook ons artikel over hoeveel water planten eigenlijk nodig hebben.

De ideale plek voor tomaten in je tuin

Tomaten houden van warmte en licht. Kies de zonnigste plek in je tuin, het liefst op het zuiden of zuidoosten, en beschermd tegen wind. Een plek dicht bij een schutting of muur is ideaal: die warmt overdag op in de zon en geeft die warmte 's nachts terug aan de omgeving. Heb je weinig ruimte in de tuin? Dan kun je ook goed tomaten kweken in een container of grote bak op het terras. Kijk daarvoor ook eens naar hoe je een verticale tuin aanpakt om optimaal gebruik te maken van iedere zonnige plek.

Geef elk tomatenplantje minstens een halve vierkante meter ruimte, zodat lucht goed kan circuleren. Dat vermindert de kans op schimmelziekten aanzienlijk. Tomaten zijn vatbaar voor meeldauw en Phytophthora, en die slaan sneller toe als planten dicht op elkaar staan met te weinig luchtstroom.

Wat je nu al kunt zaaien naast tomaten

Terwijl je wacht op 15 mei, kun je de moestuin alvast een eind op weg helpen. Sla, spinazie, bieten en radijsjes gaan prima in koele grond en zijn er snel uit. Radijsjes zijn van zaad tot oogst in drie tot vier weken en vullen de lege plekken perfect op totdat de warmteminnende gewassen hun plek innemen. Hoe je dat precies doet, lees je in ons artikel over radijsjes kweken.

Bloemkool, broccoli en andere koolsoorten hoeven helemaal niet te wachten op de ijsheiligen - die houden juist van koele omstandigheden en kunnen al vroeg in mei worden uitgeplant. Zo staat je moestuin al productief voordat de tomaten er ook bij komen.

Even wachten loont altijd

De verleiding is groot: de zon schijnt, de plantjes staan te popelen en de tuin ziet er uitnodigend uit. Maar tomatenplantjes die te vroeg buiten staan, maken een slechte start door en halen die achterstand de rest van het seizoen nauwelijks in. Geef ze die twee weken extra op de vensterbank, hard ze netjes af, en zet ze op 16 mei vol vertrouwen naar buiten. Die aanpak betaalt zich terug in een plant die meteen doorgroeit en sneller oogst oplevert dan de buurman die zijn planten al begin mei buiten zette.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin redacteur

Pepijn is hovenier en plantenliefhebber die met zijn handen in de aarde gelukkiger is dan achter een bureau. Hij schrijft over tuinieren met de geduld van iemand die weet dat natuur zijn eigen tempo heeft en dat je een pioenroos niet sneller laat bloeien door ertegen te praten, hoewel hij het wel heeft geprobeerd. Zijn seizoenstips zijn betrouwbaar, zijn plantenkennis is encyclopedisch en zijn eigen tuin is een gecontroleerde chaos die hij "natuurlijk design" noemt. Pepijn begon als kind met het kweken van tuinkers op watten en wist toen al dat kantoorwerk niets voor hem zou zijn. Hij gelooft dat iedere tuin, hoe klein ook, het potentieel heeft om je gelukkiger te maken — zelfs een balkonbak met kruiden telt.