Planten & Kweken

Knoflook planten doe je nu, niet in het voorjaar

· 6 min leestijd

Half september en de meeste moestuinbezitters denken dat het tuinseizoen op zijn retour is. Terwijl dit precies het moment is waarop je de basis legt voor een van de makkelijkste oogsten van volgend jaar: knoflook. Plant je die nu de grond in, dan pluk je in juli of augustus dikke, stevige bollen die je maanden kunt bewaren. Wacht je tot het voorjaar, dan krijg je hooguit een paar dunne teentjes.

Waarom september en oktober zo goed werken

Knoflook heeft een lange, koude periode nodig om goed bol te vormen. Plant je in het najaar, dan maakt de plant eerst wortels voordat de vorst komt en schiet hij in het vroege voorjaar meteen door naar boven, zodra de bodemtemperatuur het toelaat. Dat geeft een enorme voorsprong ten opzichte van voorjaarsknoflook, die pas na de laatste nachtvorst de grond in kan en daardoor veel minder tijd heeft om stevige bollen aan te maken. De grond is nu ook nog warm genoeg om te bewerken, terwijl er straks minder concurrentie is van onkruid dat in de winter grotendeels stilvalt.

Wie herfstplant combineert, kan trouwens dezelfde week ook bloembollen de grond in doen, want de voorbereiding van het bed is bijna identiek: los graven, wat compost erdoor en klaar.

Kies de juiste knoflook, geen supermarktbol

De verleiding is groot om gewoon een bol uit de supermarkt te gebruiken, maar dat is meestal geen goed idee. Supermarktknoflook komt vaak uit Spanje of China, is behandeld tegen kieming en niet aangepast aan het Nederlandse klimaat. Ga in plaats daarvan naar een tuincentrum of moestuinwinkel voor pootknoflook, herkenbaar aan de aanduiding "plantknoflook" op de verpakking. Er zijn twee hoofdtypen:

  • Hardnekkige knoflook (hardneck): minder teentjes per bol, maar intenser van smaak en produceert in juni ook eetbare bloemstengels, de zogeheten scapes.
  • Zachtnekkige knoflook (softneck): meer teentjes per bol, langer houdbaar en de soort die je meestal in de winkel ziet.

Voor het Nederlandse klimaat presteert hardneck-knoflook doorgaans het beste, omdat die soort juist baat heeft bij een koude winterperiode.

De grond voorbereiden

Knoflook houdt van een zonnige plek en een goed doorlatende bodem. Blijft er water op de grond staan na een regenbui, dan rotten de teentjes voordat ze kunnen wortelen. Werk een laag compost of goed verteerde mest door de bovenste 20 centimeter en zorg dat er geen verse mest bijzit, want dat geeft juist bladgroei in plaats van stevige bollen. Op zware kleigrond helpt het om de grond iets op te hogen tot een verhoogd bed, zodat overtollig water makkelijker wegloopt.

Zo plant je de teentjes

Breek de bol vlak voor het planten voorzichtig in losse teentjes, met het velletje er nog omheen. Gebruik alleen de grootste en gezondste teentjes, want de grootte van het teentje bepaalt grotendeels hoe groot de bol volgend jaar wordt. Plant elk teentje met de punt naar boven, ongeveer 5 centimeter diep en met 15 tot 20 centimeter tussenruimte. Tussen de rijen hou je zo'n 25 centimeter aan.

Druk de grond licht aan en geef eenmalig water. Binnen twee tot drie weken zie je de eerste groene scheuten boven de grond komen, ook al wordt het intussen kouder.

Verzorging tot de oogst

Het mooie aan knoflook is dat het na het planten weinig aandacht vraagt. In de winter hoef je niets te doen, behalve eventueel een laag stro of bladeren aanbrengen bij strenge vorst. Zodra het voorjaar begint, groeit de plant snel door en is af en toe wieden en water geven bij droogte voldoende. Bij hardneck-knoflook knip je in juni de scapes af zodra ze zich krullen, dat stuurt alle energie naar de bol in plaats van naar de bloei.

Je oogst is klaar wanneer de onderste bladeren geel en droog worden, meestal in juli. Trek de bollen dan voorzichtig uit de grond en laat ze twee tot drie weken drogen op een schaduwrijke, goed geventileerde plek voordat je ze opbergt. Bewaar ze daarna droog en donker, bijvoorbeeld in een geventileerde mand of een oude kous, want in plastic gaan ze binnen een paar weken schimmelen.

Wie dit najaar toch liever eerst kleinschalig experimenteert, kan de zelfde logica ook toepassen op makkelijke kruiden die je zelf kunt kweken, al vraagt knoflook door de winterrust echt iets meer geduld dan een potje bieslook op de vensterbank.

Dit is wat je volgend jaar in de keuken hebt

Een paar handjes teentjes kosten nu misschien twintig minuten werk, maar leveren volgend jaar tientallen bollen op die je maanden kunt bewaren zonder dat ze uitlopen of beschimmelen. Knoflook staat botanisch gezien in dezelfde look-familie als ui en prei, en net als die twee is het een gewas dat vrijwel niets vraagt zolang je het op het juiste moment de grond in doet. Sla je dit weekend over, dan sta je in maart met lege handen en moet je alsnog wachten tot de winkel weer voorjaarsknoflook verkoopt, met een veel magerder resultaat. Nu planten is de enige stap die er echt toe doet.

P
Geschreven door Pepijn Mulder Tuin redacteur

Pepijn is hovenier en plantenliefhebber die met zijn handen in de aarde gelukkiger is dan achter een bureau. Hij schrijft over tuinieren met de geduld van iemand die weet dat natuur zijn eigen tempo heeft en dat je een pioenroos niet sneller laat bloeien door ertegen te praten, hoewel hij het wel heeft geprobeerd. Zijn seizoenstips zijn betrouwbaar, zijn plantenkennis is encyclopedisch en zijn eigen tuin is een gecontroleerde chaos die hij "natuurlijk design" noemt. Pepijn begon als kind met het kweken van tuinkers op watten en wist toen al dat kantoorwerk niets voor hem zou zijn. Hij gelooft dat iedere tuin, hoe klein ook, het potentieel heeft om je gelukkiger te maken — zelfs een balkonbak met kruiden telt.