Tuininrichting

De cottagetuin is de tuintrend van dit najaar

· 6 min leestijd

Loop een willekeurige tuinwijk door en je ziet het overal terugkomen: strakke border weg, weelderige planten terug. Na jaren van grind, siergras in rijen en onderhoudsarm design kiezen steeds meer tuiniers voor het tegenovergestelde. De cottagetuin, dat overvolle Engelse plaatje met rozen tegen de gevel en bloemen die over elkaar heen buitelen, is terug van weggeweest. En dat is niet zomaar een trend die overwaait. Het past bij hoe mensen nu naar hun tuin kijken: minder decor, meer plek om in te leven.

Het probleem is dat een cottagetuin er makkelijker uitziet dan hij is. Zet er willekeurig een stuk of tien soorten planten in en je krijgt geen romantische chaos, maar gewoon chaos. Er zit een systeem achter die schijnbare wanorde. Dat systeem leggen we hier uit.

Wat een cottagetuin anders maakt dan een gewone border

Een gewone border werkt met een paar soorten die je herhaalt in nette blokken. Een cottagetuin doet het tegenovergestelde: veel verschillende planten door elkaar, dicht op elkaar, zodat je nauwelijks kale grond ziet. Geen rijen, geen symmetrie. De stijl stamt uit de negentiende eeuw, toen Engelse arbeiderstuinen groenten, kruiden en bloemen gewoon naast elkaar hadden staan omdat er geen ruimte was om ze te scheiden. Die functionele mix is later omarmd als esthetiek, en daar plukken we nu de vruchten van.

Wat het lastig maakt: dichte, gemengde beplanting oogt snel rommelig als je geen enkele structuur aanbrengt. De truc is dus niet "alles door elkaar planten", maar wel de illusie daarvan wekken terwijl je onder de motorkap gewoon een plan volgt.

Begin met een brede border, geen smalle rand

De meest gemaakte fout is een border van veertig centimeter breed langs de schutting. Daar krijg je nooit die weelderige laag-op-laag uitstraling in. Reken op minimaal negentig centimeter, en het liefst meer dan een meter. Een brede border geeft ruimte voor drie lagen: laag en kruipend vooraan, middelhoog in het midden, en hoge stengels achterin tegen de haag of muur.

Plant per soort in groepjes van drie tot vijf, verspreid op oneven afstanden door de border, in plaats van één grote vlek van dezelfde plant. Je oog springt dan vanzelf van groepje naar groepje, en dat beweging is precies wat een border levendig maakt zonder rommelig te ogen. Heb je een haag als achtergrond, dan werkt een goed onderhouden taxushaag uitstekend: strak groen als rustpunt achter de wilde beplanting ervoor.

Deze planten vormen de basis

Rozen zijn niet optioneel in een cottagetuin, ze zijn het uitgangspunt. Kies een klimroos of rambler voor tegen een muur of latwerk, en combineer die met struikrozen lager in de border. Daaromheen bouw je met klassiekers als vingerhoedskruid, ridderspoor, lupine en akelei voor de verticale bloeispiraal, aangevuld met kattenkruid en vrouwenmantel voor een zachte, wollige onderlaag die de randen van paden verdoezelt.

De Royal Horticultural Society noemt lavendel, ridderspoor en vingerhoedskruid als vaste kern van een geslaagde cottageborder, omdat deze planten van nature zelfzaaien en zo het informele karakter in stand houden. Laat een deel van je uitgebloeide bloemen dus gewoon zaad vormen in plaats van alles direct af te knippen. Volgend jaar duiken er dan vanzelf nieuwe plantjes op tussen de andere, precies dat toevallige effect dat je met een strak plantschema nooit krijgt.

Wil je uitbreiden zonder alles opnieuw te kopen, dan is dit ook de stijl waarin stekken en scheuren van buren en familie thuishoren. Cottagetuinen zijn van oudsher tuinen die groeien via uitwisseling, niet via de kwekerij. Onze uitleg over stekken nemen laat zien hoe je dat zelf aanpakt.

Hoogte toevoegen zonder dat het een jungle wordt

Een border die alleen uit heuphoge planten bestaat, mist diepte. Zet daarom hoge stengels achterin: ijzerhard (Verbena bonariensis) geeft met zijn dunne, doorschijnende stengels hoogte zonder dat het de border dichtzet, omdat je er nog dwars doorheen kunt kijken. Kamperfoelie of clematis tegen een latwerk of obelisk voegt een verticale laag toe die een platte border meteen driedimensionaal maakt.

Houd wel in de gaten welke planten steun nodig hebben. Ridderspoor en hoge lupines vallen om bij de eerste zomerstorm als je ze niet vastzet aan een stok of rijshout. Zet die steun vroeg in het seizoen, voordat de planten volgroeid zijn: achteraf tussen dichte begroeiing steken lukt bijna nooit netjes.

Paden, hagen en materialen die de sfeer maken

Een strak betontegelpad past niet bij weelderige beplanting, hoe mooi de planten zelf ook zijn. Kies voor slingerende paden van grind, oude kloostermoppen of natuursteen die met de vorm van de border meebuigen in plaats van er dwars doorheen te snijden. Laat kruipende planten zoals tijm of vetkruid over de randen van het pad groeien, dat vervaagt de harde lijn tussen pad en border precies genoeg.

Voor de omlijsting werkt een lage, strak geschoren haag verrassend goed als contrast met de losse beplanting erbinnen. Het is een bekende truc: hoe wilder de border, hoe strakker de rand eromheen mag zijn. Datzelfde principe geldt voor perkranden of een lage buxushaag, mits die gezond blijft. Heb je in de tuin ook nog een border met hortensia's staan, dan sluiten die qua kleurpalet vaak goed aan bij de blauwe en roze tinten die in een cottagetuin veel terugkomen.

Dit is het verschil tussen romantisch en verwaarloosd

De grens tussen een weelderige cottagetuin en een verwilderde border is dunner dan je denkt, en zit hem in onderhoud, niet in planten weglaten. Snoei uitgebloeide bloemen weg zodra de show voorbij is, behalve waar je bewust zaad wilt laten vormen. Houd paden vrij zodat je overal nog kunt lopen zonder een plant te beschadigen. En grijp in bij planten die de rest overwoekeren, ook al voelt dat tegenstrijdig met het "laat maar groeien"-gevoel van de stijl.

Een cottagetuin oogt moeiteloos, maar staat of valt bij een paar uur onderhoud per maand. Doe je dat structureel, dan krijg je precies dat plaatje waar iedereen deze herfst warm voor loopt: een tuin die voelt alsof hij er altijd al zo heeft bijgestaan.

S
Geschreven door Selma Özdemir Tuinontwerp schrijver

Selma studeerde landschapsarchitectuur en begon haar carrière bij een hoveniersbedrijf waar ze al snel ontdekte dat de meeste mensen hun tuin zien als een probleem in plaats van een kans. Ze schrijft over tuinontwerp en buitenruimtes met de missie om te laten zien dat je geen hectares nodig hebt voor een prachtige tuin — haar eigen balkon van drie vierkante meter is het levende bewijs. Ze maakt van kale tuinen gezellige plekken door slim gebruik van hoogteverschillen, materialen en seizoensplanten die ook in november nog iets voorstellen. Haar grootste frustratie is kunstgras, en daar is ze niet subtiel over in haar artikelen. Selma gelooft dat een tuin een verlengstuk van je huis is en dat je er net zoveel aandacht aan mag besteden als aan je woonkamer.